Jargon

“En dan kwam ‘ie op z’n scootertje, betaalde ik ‘m een donnie en kreeg een bolletje. Stop ik thuis die bori lekker in m’n stuk ijzer. Dat is een poffie roken.”
Met lichte weemoed vertelt een ex-gebruiker me hoe ik nu het roken van cocaïne in de juiste bewoordingen zou moet vertellen hier.

Ik moet lachen om de bijna schattige termen, een ‘bori’ (basecoke), ‘lala’ (snuifcoke) een ‘pipa’ (hashpijp waarmee de basecoke gerookt wordt) en een pofje roken (de basecoke roken met de pijp). Al jaren hoor ik ze voorbijkomen en maken ze deel uit van ook mijn jargon, als je ze zo bewust naast elkaar plaatst is het eigenlijk best een lievige verzameling termen.

Terminologie is belangrijk, zo bleek al vroeg in mijn werk toen ik jaren geleden een nachtdienst draaide, in een hostel voor mensen met een chronische harddrugsverslaving. Het was kerst. Ik werkte er krap twee maanden. De kerstgedachte weelde tierig bij mijn collega, een ontzettend lieve man tegen pensionering met weinig ervaring in werken met drugsverslaafden, en ik, nieuw in het werk. We waren het grootste gedeelte van de nacht bezig geweest met het versieren van het hostel in kerstsferen. We gunden de slaperige bewoner die kwam vragen om een boterham dan ook wel wat meer dan slechts een sneetje brood.

“Oh, maar we hebben ook bolletjes! Witte en bruine. Welke wil je? Of van ieder één liever?” vroeg mijn collega opgewekt. De bewoner keek ons vol ongeloof aan, zijn haren nog in de war en de slaap in zijn ogen. Gebeurt dit echt?
“Omdat het kerst is!” vervolgt mijn collega. Ik sta er grijzend bevestigend naast te knikken. Buiten alle regels om gaan wij deze man een lekker vers zacht bolletje gunnen! Wat lief van ons. Mijn collega kijkt me even verward aan. Waarom reageert de man nou niet? Echt dankbaarheid hoeft niet ofzo, maar dit is wel vreemd.
“Nou kom op, wat wil je! Wit of bruin bolletje?” Mijn collega haalt de zakken van de broodkar. De bewoner begint vreselijk te boos schreeuwen tegen ons.
Hij dacht dat wij met kerst gratis drugs uitdeelden in de vorm van bolletjes cocaïne (wit) of heroïne (bruin).  Als je dan met wat zachte broodjes aankomt is de teleurstelling nogal groot.

Nu, jaren later, is het jargon er bij mij al lekker ingesleten. Toen wij gisteren de feestelijke opening hadden van het nieuwe, prachtige stationsplein in Overvecht waar wij aan liggen, vierden we dat met een marktje en een poffertjeskraam. Ik lichtte de deelnemers in over dit gebeuren waarop een deelnemer, die voormalig gebruiker is, nietsvermoedend blij uitriep:

“Ha lekker! Een pofjeskraam!”

Reacties op “Jargon”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *