Ziek

Donderdag. Ik wordt wakker en ik voel het al. Een bonkende kop, wiebelbenen, koud lijf met warm hoofd. Oh-oooh. Ik voel me ziek. Of ziekig. Iets met de R. in de maand en een voor mij heel bekende dreumes die ik het niet schijn te mogen verwijten.

Onder de douche waag ik me aan een nog net gezonde dosis zelfmedelijden en ik bibber me door het sop. De gedachte aan al die zielige deelnemers voor een dichte deur (terwijl het regent en koud is. En ze hun jas vergeten zijn. Dat werkt nog beter voor het mentale plaatje) beweegt me fier overeind te blijven op de fiets naar het station.

Eenmaal binnen, koffie gezet en geïnstalleerd, duizelt het me. Deelnemers reageren lief en bezorgd. “Gaat het wel? Moet je niet gewoon naar huis? Je werkt ook echt veel te hard hoor. Dat is niet goed hoor. Oh kijk nou je ziet er niet uit hoor hee.” (Dat laatste had dan weer niet echt gehoeven) Ik til mijn hoofd vol watten op en kijk dankbaar om me heen.

Kijk nou toch. Deze buitenslapers, brekebenen, afkickers en overdoseerders. Deze ontzettend harde pappies die weten wat pijn is, op een manier die ik hoop nooit te voelen. Deze theezetters en rijstewafelgevers. Ik word wel eens geplaagd met dat ik mijn deelnemers steeds de gekste koosnaampjes geef. Maar jongens, als ik zo om me heen kijk zie ik echt alleen maar dotjes en snoetjes, snotjes en ploertjes, bofjes en troetjes.

Met mijn werk kun je prima een dagje ziek zijn zónder je ziek te melden. Mijn deelnemers zijn perfecte zorgverleners.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *